Buurtkrant voor Ondiep en Pijlsweerd
De Noordwester

Lopend Vuurtje

Een wandelroute door een intrigerende wijk

Laat je verrassen door de boeiende verhalen van de Utrechtse wijk Ondiep en zijn bewoners. Wandelroute Lopend Vuurtje is een verrassende wandelroute door Ondiep. De route voert langs interessante plekken met ieder zijn eigen verhaal. Deze verhalen worden verteld door Ondiepers. De verhalen zijn hieronder te lezen en te beluisteren. Bekijk de kaart van de route onder aan deze pagina of download de pdf van de route hier.

Het is een wandeling ‘in de groei’. Heb je tips of tops voor de route dan horen wij dit graag. Ook als je een goed idee hebt om de route uit te breiden, of zelfs mee wil doen stuur dan een mail naar lopendvuurtje@denoordwester.com.

                                                    © foto: Aad van Vliet

100 jaar Ondiep

Startpunt (A): Wijkbureau Noordwest, Amsterdamsestraatweg 283. Ondiep was de eerste grote nieuwe woonwijk die aan het begin van de vorige eeuw in Utrecht werd gebouwd. Het heette eigenlijk ‘Het 1000-Woningenplan’. Het werden er uiteindelijk 1251… Belangrijke reden voor de bouw was het groeiende aantal arbeiders dat in Utrecht een woning zocht. Maar net zo belangrijk voor hoe Ondiep er uit kwam te zien, was de in 1901 ingevoerde Woningwet. Deze wet gaf regels waar goede woningen aan moesten voldoen.

© foto: Aad van Vliet

Ook maakte de wet de komst van de woningbouwverenigingen mogelijk. Woningbouwverenigingen bouwden toen nog vooral voor ‘eigen mensen’. In Ondiep waren er bijvoorbeeld de rooms-katholieke woningbouwvereniging Prinses Juliana en de socialistische Arbeiders Woningbouw Vereniging Utrecht. Ook de gemeente bouwde er. Belangrijk in de plannen was dat Ondiep een dorps karakter zou krijgen. Met eengezinswoningen. Met tuintjes. De eerste buurtjes kwamen rond 1915 en 1916 gereed: het kleine wijk en het witte wijk en de Heringastraat. Deze buurtjes werden opgezet als een soort hofje. De rechte straten van de bomen- en fruitbuurt werden pas na 1920 gebouwd. Toen lag er een plan van de beroemde stedenbouwkundige Berlage waarop deze straten ingetekend stonden alsmede een groot sportcomplex. Want groen en sporten vond men ook toen heel belangrijk. Zoals het hoorde in die tijd kwamen er winkels in de buurt, vaak op de hoek van een straat. Ook werden er meerdere scholen gebouwd én een badhuis, want niemand had nog een douche. De gereformeerden gingen naar de Noorderkerk, de hervormden naar de Oranjekerk en de rooms-katholieken naar de Nicolaaskerk. De meeste mensen die er kwamen wonen waren arbeiders, maar er woonden ook ambtenaren en middenstanders. Er kwamen ook nogal wat mensen wonen die weg moesten uit wijk C waar in die jaren flink gesloopt werd. Er werden zogenaamde woonscholen opgericht: complexen met woningen waar gezinnen ‘onder toezicht’ stonden om ‘netjes te leren wonen’. Ondiep is als wijk altijd heel herkenbaar gebleven, onder andere ook door de huizen van baksteen met de rode pannen daken. Dit was precies het dorpse karakter dat vanaf het begin de bedoeling was. Bij alle nieuwbouw van de laatste jaren is in ieder geval gelukkig weer gekozen voor diezelfde rode dakpannen.

Herstructurering: ‘Bom erop en opnieuw beginnen?’

B: Heringastraat, hoek Royaards vd Hamkade. Ondiep is van oudsher een volkswijk. Iedereen kent elkaar, je wordt er geboren en het liefst ga je er tussen zes planken pas weer weg. Honkvast zijn ze ook. Wie in de Bomenbuurt woont, wil niet naar de Fruitbuurt verhuizen.

Toen de gemeente en Mitros met grootschalige renovatieplannen kwamen, werden die dan ook niet direct met open armen ontvangen. Jan Tieland, al 30 jaar Ondieper, was vanuit het bewonerscomité betrokken vanaf de eerste fase. De eerste bijeenkomst werd er gevraagd: ‘als we een hek om Ondiep heen zetten, er een bom opgooien en helemaal opnieuw mogen beginnen, hoe moet Ondiep er dan uitzien?’ Antwoord: ‘Precies hetzelfde’. Bewoners wilden op hun eigen plek blijven, hun buurt, hun straat, hun huis. Dat mocht best gerenoveerd worden, maar ook tijdens die renovatie wilden de bewoners in de wijk blijven wonen. Dus de grootschalige sloop- en renovatieplannen werden aangepast. Tien huizen per keer werden opgeknapt zodat de bewoners wisselwoningen konden krijgen in hun eigen straat of daar heel dichtbij. “Als de Ondiepers iets niet willen, gebeurt het niet”, zegt Jan. Er werd gepleit voor ouderenvoorzieningen in de wijk, zodat bewoners ook niet weg hoefden uit Ondiep als er zorg nodig was. Of voor een tussenvoorziening die mensen kon opvangen in de wijk na een ziekenhuisopname. Alles om de wijk zo compleet mogelijk te maken. Ondiepers zorgen voor elkaar. Dat is altijd zo geweest. Vroeger werden hier de ‘sociaal onaangepasten’ geplaatst in zogenaamde ‘woonscholen’, er zaten er drie vlakbij elkaar. Hier leerden de bewoners te leven ‘naar de normen en waarden van de stad’. Ondiep ontwikkelde zich tot een dorp in de stad. De woonscholen verdwenen, de oude arbeidershuisjes kregen douches, het badhuis werd gesloopt. Maar de saamhorigheid blijft. Ook nu er nieuwe bewoners in de wijk komen. Eerst was de tweedeling tussen oud en nieuw heel strikt. Ondiepers klaagden tegen elkaar dat ‘die nieuwen’ niet eens gedag zeiden. Jan: ‘Toen ben ik met de hondjes gaan lopen en onderweg iedereen gaan groeten. En weet je wat? Allemaal groeten ze terug! Je moet zelf ook wat doen hè, om contact te maken’. De wijk verjongt, de nieuwe Ondiepers gaan naar de buurtbarbecue en hun kinderen gaan in Ondiep naar school. Maar het dorp in de stad is er nog steeds, en dat zal nooit veranderen.

Voetbal en Ondiep, onlosmakelijk verbonden

C: Thorbeckelaan 18. Wie opgroeide in Ondiep ging voetballen. Dat wil zeggen, de jongens, het meidenvoetbal bestond nog niet. Hennie van Zanten loopt inmiddels al een halve eeuw rond bij het Ondiepse voetbal, eerst als jochie bij Dos en Holland, later bij de senioren op het veld en in de zaal.

© foto: Aad van Vliet

Hij floot wel eens een wedstrijd,  bemoeide zich zo nu en dan wat tegen het beleid aan en is vooral een trouw supporter. Elke middag na school werd er gevoetbald op de trapveldjes en in de weekenden waren de wedstrijden. Hennies ouders reden de jongens het land door en stonden in de kantine. Voetbal hoorde bij het gezin, bij het leven. De voetbalclub was een begrip, een combinatie van een wijkvereniging en kansen op een mooie toekomst. Iedereen in Ondiep kent het verhaal van Wesley Sneijder, het grote talent dat op zijn zevende al werd gescout door Ajax. Veel voetballertjes uit Ondiep dromen dat hen hetzelfde overkomt. Hennie ziet wel verandering. Vroeger was het voetbal in de eerste plaats een sociaal gebeuren. Ouders waren betrokken, van een ledengebrek was geen sprake. Nu is voetbal vaker een manier om hogerop te komen. De droom van status en geld wordt steeds belangrijker. Inmiddels heet de club DHSC, een samenvoeging van Dos, Holland en  Stichtse Boys. Hennie ziet het voetbal nooit verdwijnen uit Ondiep. Al heeft de jeugd nu veel meer keus, van tennis tot hockey. Voetbal zal altijd blijven. In 2012 opende De Speler zijn deuren op de plek waar Hennies oude voetbalveld lag. De nieuwe velden zijn al sinds 2010 in gebruik. Of Hennie daar ooit op zal voetballen? Zijn eerste kleinkind is onderweg ‘maar ja, dat wordt een meisje’. Sommige dingen veranderen langzaam, maar als ze wil voetballen, wordt hij coach. Als ze op ballet wil, gaat hij ook mee, maar dan zal hij een iets minder sprekend voorbeeld zijn. Voetbal brengt mensen nog steeds bij elkaar, haalt ze uit hokjes. Mooi dat Wesley Sneijder weer betrokken is bij het Ondiepse voetbal en de wijk.”

Bekijk hier de filmpjes van Wesley Sneijder op OndiepTV: KerstpakketBenefietavond

Schoolpaleizen

D: Laan van Chartroise 160. Ondiep was begin 1900 een hard groeiende wijk. Met de invoering van de leerplicht moest het voor alle kinderen uit, van zeven tot twaalf jaar, mogelijk zijn om in de wijk naar school te gaan.

© foto: Aad van Vliet

De gezinnen waren groot, tien of twaalf kinderen was geen uitzondering, dus was er dringend behoefte aan nieuwe scholen. De overheid trok daarvoor flinke bedragen uit. Dat resulteerde in de bouw van prachtige gebouwen die vandaag de dag nog steeds bestaan. De Rietendakschool, de Abu Dahud en de Boemerang zijn allemaal voorbeelden van dergelijke ‘schoolpaleizen’. De Boemerang kreeg zelfs twee gebouwen. Op deze school zaten de jongens en de meisjes namelijk nog in aparte gebouwen. Behalve een prachtig gebouw werd er ook aandacht besteed aan wat leerlingen, naast leren lezen en schrijven, nog meer nodig hadden in hun ontwikkeling. De stadse bleekneusjes hadden behoefte aan frisse lucht, dat hield het hoofd helder en het lichaam gezond. Dus werden veel scholen, onder anderen de Rietendakschool, ‘buitenscholen’. Grote ramen en zelfs hele puien aan de zuidkant van de gebouwen konden open, wat kinderen het gevoel gaf dat ze buiten waren. Ook werd toen al het ervarend leren geïntroduceerd: leren door te doen. Dit is het begin van onder andere schooltuintjes en schoolreisjes: kinderen maken al doende kennis met een wereld die groter is dan die van het klaslokaal.

Vroeger

E: Antoniedijk 80. Vroeger liep je de straat uit, de polder in. Vroeger was het Tarzan in het oerwoud in plaats van Starwars op de tablet. Vroeger maakte je speelgoed zelf, een auto of een boot van een sigarenkistje.

© foto: Aad van Vliet

Moeder droeg een witte schort, had een zinken emmer en een schrobborstel, ze boende de stoep. Net als de buren. Gezinnen met tien of twaalf kinderen woonden in kleine arbeidershuisjes, een slaapkamer voor de jongens en eentje voor de meiden. Pa en ma sliepen in de woonkamer. In bad ging je eens per week, in de tobbe. Eerst de meisjes, dan de jongens, de laatste had pech. Mensen hadden weinig geld, maar er werd voor elkaar gezorgd. Geen eten? Dan liep je even langs de buren, er werd gedeeld wat er was. Vroeger was er veel meer reden voor stress, maar toch bestond dat vroeger niet. Mensen zorgen voor elkaar, voor de wijk. ‘Ook nu hebben mensen elkaar had nodig maar tegenwoordig durft men dat elkaar niet meer te vragen’, vertelt Gerard Brons bij Buurthuis Stella Maris. Nu vindt iedereen het maar gewoon dat de gemeente alles oplost, de jongere generatie heeft geen tijd meer om te zorgen voor elkaar of voor de buurt. Vroeger deed moeder de was met de hand. Was het huishouden heel wat meer werk met zoveel kinderen en vader had twee banen. Toch was er tijd om te praten met elkaar, tijd voor het buurthuis of om een trui te breien. Vroeger waren de verhoudingen duidelijker. Ondiep was een arbeiderswijk. Iedereen werkte. En als de huisarts langskwam, nam je je pet af. Dat was een andere sociale klasse. Tegenwoordig wil niemand meer de man met de pet zijn, iedereen gaat voor de hoge hoed. Volgens Gerard heeft de wijk de pet hard nodig. Geen onderdanige arbeiders maar creatieve ondernemers. Hij vertelt over zijn vele banen, werkte bij de boer op het land, in de bouw en in de fabriek. Hij solliciteerde ooit als onderdirecteur bij een drukkerij en werd het nog bijna ook. Als jochie waren er creatieve manieren om wat bij te verdienen zoals water halen voor de dames op de bootjes. “Voor ons was dat gewoon tante Mien of tante Thee”. Een andere vondst was om met een oude auto een stukje te rijden over het Zandpad. Voor de meisjes hadden ze geen oog, ze keken in de achteruitkijkspiegel tot er een dure auto achter hen zat en trapten dan plotseling op de rem, met als gevolg een aanrijding. “En daar mocht nooit politie bijkomen, er werd altijd direct afgerekend. Ergens is het jammer dat de kinderen van nu dit nooit meer meemaken.”

Ondernemen in Ondiep (bordje bij Rode Brug)

F. Hogelanden Westzijde 32. Wie iets wil weten over ondernemen in Ondiep gaat naar de Rode Brug. Aan de ene kant zitten daar de familiebedrijven Bloemenhuis Gloriosa, Anton Geesink, Café Murk en Bakkerij Boonzaaijer. En verderop aan de Vecht, lagen decennialang de boten met de meisjes van plezier. 

© foto: Aad van Vliet

In de bloemenzaak staat zoon Michel, hij nam de zaak over van zijn vader en daarvoor zijn opa. Bakker Kees Boonzaaijer vertelt over zijn opa die tot zijn 86e in de zaak stond. En zijn vader stond was 76 toen hij er mee stopte. Ze kennen iedereen, geboren en getogen in de wijk. Ze zien alles; problemen als armoede of alcoholisme. Er werd weleens gevochten, er kwam weleens een fiets door het raam binnenzeilen. De vrouw van de bakker kreeg zelfs een keer een taart in haar gezicht. Maar toch, recht voor zijn raap heeft ook voordelen. Je kreeg weleens een grote bek maar met een vriendelijk ‘ach hou toch je rotkop joh’, was de zaak afgedaan. Dat is de laatste jaren anders. Nieuwe mensen veranderen de wijk. Bij de bakker merken ze dat vooral in de vraag naar een uitgebreider assortiment. Niemand had hier een aantal jaar geleden zin in zuurdesem of spelt. Vroeger merkte je het direct als de uitkeringen of lonen binnen waren, of als de wiet geoogst werd. “Als er sneeuw lag, hoefde je geen inspecteur te zijn om te zien waar de wietkwekerijen in de wijk zaten.” Dan werden er geen chrysanten gekocht maar rozen voor de vrouw. Dan dook iedereen Café Murk in tot in de vroege uurtjes. De kater werd bestreden met saucijzenbroodjes van Boonzaaier. De nieuwelingen in de wijk komen graag bij de bakker en bij de bloemist en steeds vaker doen ze ook een bakkie bij Café Murk. Met de komst van de nieuwe wijkbewoners verdwenen de meisjes van de rode lichtjes. De dames kwamen allemaal bij de bakker, bij de bloemist en in het café. Als ondernemers onder elkaar werden de zaken gewoon besproken. Ze worden gemist. Zwarte Annie, de rijkste hoerenmadam van de wijk die al haar geld uitgaf aan de dieren. Ze kocht rustig zakken vol saucijzenbroodjes om die te voeren aan de duiven. Maar ook de Aziatische meisjes die bloemen kwamen kopen omdat die geluk brachten. De taxichauffeurs die bij Café Murk binnenlopen, weten precies waar ze tegenwoordig heen moeten met klanten die op zoek zijn naar gezelschap. Maar dat is nu allemaal stiekem en verborgen, het was voor iedereen beter om alles gewoon open en bloot te laten zien, letterlijk en figuurlijk.

© foto: Aad van Vliet